In een realistische setting komen drie meiden aan het woord. Behalve het scholier zijn, hebben zij met elkaar gemeen, dat zij alle drie een zelfmoordpoging achter de rug hebben. De meiden, jong volwassenen, worden privé geteisterd door echte problemen: ouders overleden, pa slaat en wil het lijf van zijn dochter aanraken of is met de noorderzon vertrokken. Als ook de schoolresultaten te wensen overlaten, trekken ze de conclusie dat de wereld verder mag gaan zonder hen. Ze trekken zich terug in een weekendhuisje van de familie van één van hen, in het van mysteries overlopende Bretagne. Daar, in de kelder van de boerenhofstede, zou zich een poort naar de hemel bevinden.
Zoveel klein leed bij elkaar kan tot iets moois leiden. Echter, het geheel is tam, duf en stereotiep. De drie jongedames maken elkaar het leven zuur, zoals het op die leeftijd hoort. Daardoor wordt een mens geestelijk weerbaar. Maar voorts gebeurt er niets in dit eerste deel van een verhaal van Makyo om volledig te overtuigen. Tekentechnisch valt op dit Vrije vlucht-album niets af te dingen. De overheersende sfeerscènes en sombere decors van Eugenio Sicomoro geven de vlucht uit de werkelijkheid van de drie meiden een aparte mystieke betekenis, die nog niet kan worden geduid.