Fabien Nury en Sylvain Vallée, de auteurs van dit gewelddadige album, laten het verhaal voorafgaan met de opmerkelijke waarschuwing dat deze geschiedenis volledig is verzonnen en dat ze de lezer gewoon aangenaam willen bezighouden. Wanneer Congo, na tachtig jaar Belgische overheersing, in 1960 onafhankelijk wordt scheidt de mineraalrijke provincie Katanga zich al na twee weken af. Er wordt beweerd dat deze actie lang tevoren is georganiseerd door de Belgische mijnbouwonderneming Union Minière du Haut-Katanga (UMHK). Congo laat de rijke mijnbouwgebieden natuurlijk niet zo maar gaan en het ANC, Armée Nationale du Congo, valt Katanga binnen. Dit land rekruteert met behulp van de UMHK een stel meedogenloze huurlingen die wel raad weten met de invallers. Moordpartijen rijgen zich aaneen. Veel burgers worden ondergebracht in door bendes beheerste vluchtelingenkampen, die bewaakt worden door de blauwhelmen van de VN. Het eerste deel van Katanga draait om Charlie, een zwarte huisbediende. Op de vlucht met zijn werkgever krijgt hij een ongelooflijke schat in handen, 30 miljoen dollar aan diamanten. Daar zijn natuurlijk meer mensen in geïnteresseerd. Maar dat vernemen we in het volgende deel. Het prachtige gedetailleerde tekenwerk van Vallée doet het meesterlijke scenario van Nury alle eer aan.