 |

Nieuw stripblad Het Salon 'meer dan zomaar een stripmagazine'
4 april '07 - 10:45 Deze week verschijnt het eerste nummer van Het Salon, een Vlaams stripblad dat stripinformatie en nieuw talent in één blad wil onderbrengen. Zeshonderd verkochte exemplaren, dat lijkt de redactie haalbaar. Stiekem denken ze echter aan duizend exemplaren. De underground is hun doelpubliek niet, klinkt het. 'Ook mensen die F.C. De Kampioenen lezen moeten zich thuis voelen bij ons.'
Jullie zijn eigenlijk een afsplitsing van Parcifal, niet?
Tim F. van der Mensbrugghe: Een afsplitsing van Parcifal? Da's de eerste en hopelijk de laatste keer dat we zoiets te horen krijgen. Koude rillingen krijg ik ervan. We hopen echt dat Het Salon zo min mogelijk met Parcifal geassocieerd wordt, zeker omdat dat blad nu eenmaal een bijzonder kwalijk imago gekregen heeft. Oké, we kunnen niet ontkennen dat we bij Parcifal betrokken waren, maar beschouw Het Salon alstublieft niet als de wettige erfgenaam van dat magazine.
Al snel waren jullie ontevreden over de koers van dat blad? Wat vonden jullie er precies mis aan?
Eerst en vooral had de redactie van Parcifal een kijk op strip die heel erg verschilde van de onze. Peter Moerenhout, één van mijn twee collega's bij Het Salon, en ik kwamen met scenario's en de feedback die we vaak kregen, was: 'Het is te filmisch, te postmodernistisch en er zitten geen grappen in.' Tja, wat zeg je daar dan op? Ik had zelf weinig problemen met de beruchte fotostrips – ik stond er zelf in met mijn ongeschoren smoelwerk – maar we merkten dat heel wat lezers daarop afknapten. Goed, er zijn nog een hoop dingen die je Parcifal postuum kunt aanrekenen, maar ik laat het liever een beetje rusten. Ik sta nog op goede voet met de voormalige redactie en zou dat graag zo houden. Natrappen is iets te gemakkelijk en daarbij: ze hebben het geprobeerd en dat is al heel wat, meer dan de meeste critici kunnen zeggen.
Wat moet Het Salon niet worden?
Pfff, daar hebben we nog niet eens aan gedacht. We denken vooral aan het doel dat we willen bereiken: onbekend striptalent een kans geven. En als we zeggen dat we een platform willen zijn voor nieuw striptalent, zullen we er alles aan doen om daarin te slagen. Het Salon moet méér worden dan zomaar een stripmagazine. Ik denk er nog het liefst aan als een beweging, één die niet geleid maar hoogstens een beetje gestuurd wordt door de drie redactieleden. De redactie is eigenlijk ook groter dan ons drieën. Er zijn vaste medewerkers die we regelmatig zien en die voortdurend bezig zijn hoogstaand materiaal af te leveren. Ik denk dat dat onze overlevingskansen al serieus verhoogt: heel wat mensen geloven er ècht in.
Daarnaast gaan we ook voor een atelier waarin striptekenaars elkaar kunnen helpen en steunen. En wie weet geven we binnen enkele jaren zelfs stripalbums uit. Nu is er al een project waarbij Peter en ik een scenario schreven voor een muziekgroep, Ruby Rednnes, en één van onze tekenaars is dat nu aan het uitwerken. De bedoeling is dat dat stripverhaal bij de eerste single van die groep komt en dat we nadien nog vervolgen zullen schrijven.
Jullie kozen bewust voor een blad waarin zowel stripinformatie wordt gegeven als waarin jong talent zijn grafisch ei kan leggen. In die zin zijn jullie uniek, want de meeste bladen zijn of het één of het ander. Waarom kozen jullie precies die aanpak?
Dat was vooral praktisch van aard. Het probleem met veel stripmagazines is dat je er te snel doorheen bent, vaak ook omdat vele beginnende striptekenaars met tekstloze strips werken omdat ze bij voorbeeld bang zijn om dialogen te schrijven. Wij willen een magazine uitbrengen waar je minstens twee uur zoet mee bent en dat je het gevoel geeft dat je echt iets gelezen hebt in plaats van de hele tijd naar mooie prentjes hebt zitten kijken. Daarom plaatsen we er artikelen in. Zo houden we de lezer vast en krikken we de soortelijke massa van het blad op. Daarnaast zijn die artikelen ook zeer handig bij de lay-out. Als je met veel korte stripverhalen werkt, moet je puzzelen en combineren om botsende pagina's te vermijden. Het einde van een komische strip naast het begin van een horrorverhaal, dat zou niet werken. Dankzij tekstpagina's is dat makkelijker op te lossen en geven we de lezer af en toe een rustpunt.
Afgaand op de mensen die jullie aan het woord laten in Het Salon, lijkt het wel alsof jullie proberen in een goed blaadje te komen bij zowel stripjournalisten, festivalorganisatoren, stripdocenten als stripwinkeliers. Zo laten jullie in ieder nummer een winkelier aan bod. Wat is daar de meerwaarde van?
Overleven. Wij hebben de stripwinkels nodig om ons product te slijten en dat is dus één van de manieren om goodwill te creëren. We zijn daar eerlijk in. Dat is ook goed voor ons: als een striphandelaar opgetogen is over het tekstje over zijn winkel, zal hij zeker zijn best doen om elk exemplaar verkocht te krijgen. Daarnaast proberen we de lezer aan te zetten om eens een andere stripwinkel te bezoeken, om zijn horizon wat te verbreden. Maar goed, we proberen de stripwinkels vooral warm te krijgen voor ons project.
Kunnen we ook reportages met ballen verwachten over - ik zeg maar wat - mistoestanden in de Vlaamse stripscene als bij voorbeeld de relatie tussen docent Nix en zijn studenten op Sint Lucas, de waspoederstrips of de soms inferieure manier waarop stripwinkeliers hun zaak runnen?
Goh, in principe ben ik daar niet tegen. Alleen: ik denk niet dat ik er zelf mijn tijd in ga steken. Ik heb een vaste baan, en in mijn vrije tijd lees ik graag eens een boek of maak ik het Gentse nachtleven onveilig als ik niet achter mijn computer zit om strips te maken of scenario's te schrijven. Maar als iemand, het liefst een journalist, voor een degelijk stuk met kloten zorgt, kan dat er altijd in. Ik vrees wel een beetje dat we dan ook stukken zullen gaan ontvangen die niet méér zijn dan afrekeningen binnen het stripmilieu. Daar passen we voor. We willen kritisch zijn, maar ik hou Het Salon het liefst uit de schandaalsfeer. Onze core business blijft nieuw striptalent op de weg zetten naar eeuwige roem en succes. Elke activiteit die die missie in gevaar brengt, zullen we mijden. We gaan niet proberen om het geweten van het Vlaamse striplandschap te worden. Daar zijn we te opportunistisch en te ambitieus voor. Wij willen sensatie creëren met de strips van onze medewerkers opdat zij aan een carrière kunnen beginnen vol geld, champagne en lovende recensies.
Zit er meer grafisch talent in Vlaanderen dan we denken?
Er is ongelooflijk goed talent aan de Vlaamse klei ontsproten. Man, van sommige strips viel mijn mond echt open. Dat we zulke verhalen mogen publiceren, vind ik een eer. En ik meen dat. Dat die gasten erin bleven geloven dat we een stripmagazine zouden uitbrengen en dat ze ondertussen aan beestig sterk materiaal zaten te werken voor ons, dat deed verdomd deugd. Daarbij zijn de meeste medewerkers van nu in Gent actief. Er zijn een paar anderen die hun werk mailen en die we nog niet gezien hebben, maar de verovering van Vlaanderen moet eigenlijk nog beginnen. Ik ben zeer benieuwd naar wat Antwerpen te bieden heeft. Mijn kop eraf als daar niet ook een paar supergetalenteerde stripartiesten rondlopen die niet kunnen wachten om hun materiaal te publiceren. We willen in ieder geval een Vlááms magazine zijn, niet louter een Gents. Gent is een prachtige stad, maar als je wilt overleven moet je af en toe over de stadswallen heen kijken. Dan mag er al eens een hand uitgestoken worden naar Antwerpen en de rest van het graafschap. Zelfs Limburgers zijn welkom.
Geert de Weyer
|
 |
 |
|
 |